Ontdek de belangrijkste cijfers en trends die vandaag de dag de voedings- en drankensector in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bepalen.
De voedingssector is een zwaargewicht voor België
Op het Belgische niveau wordt de agro-voedingssector vernoemd als een zwaargewicht om de volgende redenen:
- De sector representeert in 2021 in totaal 14,7% van de toegevoegde waarde voor verwerkende industrieën, na de farmaceutische en chemische industrie.
- De omzet bedroeg in 2022 in totaal 75,6 miljard euro en is daarmee de belangrijkste verwerkende industrie.
- Dit geldt ook voor de werkgelegenheid, in 2021 voorzag de sector plaats aan 98.000 mensen.
Steeds meer oprichtingen: een trend die zich lijkt door te zetten
Op het niveau van het Brusselse Gewest zijn de cijfers iets bescheidener, maar zeker niet te onderschatten. De volledige industrie (tabak meegenomen) vertegenwoordigde in 2020 met 421 miljoen euro bijna een 20% van de toegevoegde waarde van de verwerkende industrie. In termen van omzet bedroeg dit voor de voedingsindustrie alleen (en dus zonder de sector ‘drankenindustrie’) 1,7 miljard euro in 2022, wat overeenkomt met 2,6% van de omzet van de verwerkende industrie.
- Het aantal ondernemingen die hun hoofdzetel in Brussel hebben steeg, in 2021 stond het aantal ondernemingen op 639. Dat komt neer op een stijging van 7% sinds 2017. Die stijging deed zich vooral voor in 2021 met 6,7%.
- Het aantal werknemers ging in 2021 lichtjes omhoog en kwam uit op een totaal van 4.493. In tegenstelling tot Vlaanderen (+9,2%) en Wallonië (+8,5%), waar het aantal werknemers in vier jaar tijd toenam, kende Brussel tussen 2017 en 2021 juist een daling van 5,1% in het aantal werknemers.
- Het aantal oprichtingen toont een opwaartse trend (met uitzondering van 2020), terwijl het aantal jaarlijkse sluitingen zeer wisselvallig is, maar geen duidelijke opwaartse trend vertoont.
95% van de export van het Gewest binnen de Europese Unie
De Europese Unie blijft de belangrijkste bestemming van de Brusselse voedings- en drankenindustrie. In 2021 bedroeg de totale uitvoer voor de agro-voedingssector in het Brussels Gewest in totaal 494,6 miljoen euro, waarvan 95% binnen de EU en 5% buiten de EU. In hetzelfde jaar bedroeg de invoer voor het Gewest in totaal 1,1 miljard euro, waarvan 97% binnen de Europese Unie en 3% buiten de Europese Unie.
Het volume van de Brusselse export is in de afgelopen vijf jaar wel gedaald (-35,9%). De belangrijkste verklaring hiervoor is een daling van de uitvoer, tussen 2017 en 2021, in verschillende subcategorieën van de sector zoals:
- een daling van 97,8% voor zuivelproducten;
- een daling van 30,9% voor cacao en bereidingen;
- en als laatste een daling van 17,8% binnen de graanproducten, melk en patisserie.
Aan de andere kant zijn er ook een paar categorieën waar sterke stijgingen zijn waargenomen in deze periode:
- granen, waar een stijging van 15.709% is waargenomen;
- maalproducten, mout, zetmeel, inuline en tarwegluten, met een stijging van maar liefst 398%;
- dranken, alcoholische vloeistoffen, en azijnen gingen ook in stijgende lijn, met een toename van bijna 50%.
De buurlanden zijn steeds belangrijk geweest voor de export binnen de sector, zoals hieronder in de top vijf duidelijk is. Ook voor import bevat de top drie dezelfde landen.
- Nederland (194,7 miljoen euro), goed voor een aandeel van 39,4%
- Frankrijk (105,9 miljoen euro), goed voor een aandeel van 21,4%
- Duitsland (64,2 miljoen euro), goed voor een aandeel van 13%
- Luxemburg (54,2 miljoen euro), oftewel 11%
- Spanje (14,8 miljoen euro), oftewel 3%
Link naar het document (beschikbaar in het Frans).