In samenwerking met perspective.brussels en de Université Libre de Bruxelles beoordeelt deze studie van hub.brussels uit 2018 de doeltreffendheid van de linten voor handelskernen door de evolutie van het aantal handelszaken en de ingenomen kadastrale oppervlakte op het gewestelijke grondgebied tussen 1997 en 2017 te analyseren.
Een kader om het traditionele handelsweefsel te behouden
Tijdens de voorbereidingswerken voor de invoering van het GBP waren de overheden van mening dat de belangrijkste handelskernen moesten worden versterkt en dat de verspreiding van nieuwe commerciële vestigingen over het gewestelijke grondgebied moest worden beperkt. Het doel was om de decennialange daling van het aantal handelszaken tegen te gaan.
In die optiek identificeerden de instanties bijna 200 handelskernen die de feitelijke situatie vormden waarop het reglementaire kader zou worden gebaseerd. In de definitieve versie van het GBP werden de kleinste kernen en straatgedeelten uitgesloten om de ontwikkeling van projecten in de meest strategische gebieden van het Gewest te bevorderen. Hieruit ontstonden de linten voor handelskernen, een rechtstoestand voor het behoud van de 109 kernen, ofwel ongeveer 48% van het toenmalige handelsaanbod.
Ter ondersteuning van deze planologische laag werden stedenbouwkundige voorschriften opgesteld. Die voorschriften bevorderen de handel in de linten en leggen een strenger kader op voor de handel in andere gebieden door minder of meer beperkende drempels voor de toegestane oppervlakte vast te leggen.
Het systeem kende echter vanaf het begin bepaalde beperkingen, met name dat het was gebaseerd op een situatie die op een specifiek moment was waargenomen. De commerciële activiteit verandert echter van nature en de beschermde gebieden zouden op lange termijn weleens niet meer aantrekkelijk kunnen zijn voor de handel (of omgekeerd).
Gedeeltelijk behaalde doelstellingen
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal verkooppunten in Brussel in twintig jaar tijd met meer dan 8% is gedaald. Algemeen genomen heeft die daling weinig invloed op de kernen beschermd door het GBP, waarvan de afname minder dan 1% bedraagt. Achter die relatieve stabiliteit gaat echter een zeer uiteenlopende realiteit schuil: sommige beschermde zones kenden een sterke groei, terwijl in andere zones het aantal handelszaken met meer dan een kwart is gedaald.
Bijgevolg is het moeilijk om het behoud van die ruimtes uitsluitend toe te schrijven aan de invoering van de linten, vooral omdat handelszaken van nature gevestigd zijn op de meest aantrekkelijke, best bereikbare en drukst bezochte locaties. Ook zonder specifieke regelgeving zou deze concentratielogica waarschijnlijk een deel van de waargenomen resultaten hebben opgeleverd.
Ondanks de afname van het aantal verkooppunten is de grondinname van de handel tussen 1997 en 2017 blijven toenemen. De totale oppervlakte van de percelen voor commerciële activiteiten is in twintig jaar tijd met ongeveer 63 hectare gestegen. Die groei is te verklaren door de ontwikkelingen in de handel op het gebied van winkelformaat, locatie of organisatie in netwerken. Die evolutie heeft het oorspronkelijke kader van het GBP overigens overschreden. Het heeft geleid tot nieuwe vestigingen in sterk gemengde gebieden, administratieve zones, bedrijventerreinen in stedelijke omgevingen en industriële zones. Die zones bieden meer ruimte, een betere bereikbaarheid en goedkope percelen. Ze concurreren met de traditionele handelskernen die het GBP juist trachtte te behouden waardoor ze haaks staan op de oorspronkelijke doelstelling voor de handel.